De kinderen

Beste baasje, hierna volgen enkele belangrijke regels voor een goede verstandhouding met honden.

- Stoor mij niet als ik aan het slapen ben.
- Stoor mij net als ik aan het eten ben.
- Hou je hoofd niet te dicht bij mijn kop.
- Wind mij niet op met wilde gebaren noch met helse kreten.
- Steek je hand niet omhoog want ik zou springen op ze te kunnen vatten.
- Raak NOOIT een onbekende hond aan; nadat je de toelating aan zijn meester hebt gevraagd laat je hem aan de rug van je hand ruiken.
- Spreek tegen mij met een zachte stem.
- Eerbiedig mij zoals een hond.

De ouders

Eén der voornaamste punten is opvoeding in familiaal verband en dat deze op elk moment van de dag gebeurt …of toch bijna ! Inderdaad, de hond moet "beschikbaar" zijn. Hij moet ontvankelijk zijn voor de informaties die u hem zal geven. Indien U bijvoorbeeld beslist met hem te gaan wandelen om hem aan de leiband te wennen, zorg ervoor dat u zijn rusttijd niet verstoort en ook niet de uwe. U moet hem "open" voelen en hij moet op zijn gemak zijn. Dit is het geval voor een hond die met opgeheven hoofd loopt en met rechtop gezette oren, een horizontale staart en die tevreden zal zijn iets van u te mogen leren. Indien uw hond in onderworpen houding staat, indien hij mokt, is het beter de "les" eventjes uit te stellen en hem eerst weer in vertrouwen te brengen.

Begin zijn opvoeding onmiddellijk. De meesters zijn bang de pup tijdens de eerste dagen al te vervelen en laten hem dus alles doen. Wanneer de D dag aankomt, veranderen zij dan hun houding en verbieden van alles en worden streng. De hond verstaat deze nieuwe situatie niet. De opvoeding moet vanaf de eerste dag beginnen.

De pup zal vanaf zijn aankomst in het huis een viertal herkenningspunten instellen teneinde er zich thuis te voelen. Het is belangrijk deze goed te kennen, want dit thuisgevoel is essentieel voor het slagen van zijn opvoeding en voor een evenwichtig gedrag van de hond. Deze vier herkenningspunten zijn: hun territorium, de meester en zijn omgeving, de onbekenden, de andere dieren. Zorg ervoor dat deze herkenningspunten zo weinig mogelijk worden veranderd.

Zindelijkheid

Te doen :

- Ervoor zorgen dat de hond zijn behoefte buiten doet.
- De pup na elke maaltijd, rusttijd of speeltijd buiten doen wandelen.
- Hem zijn maaltijden steeds op vaste tijdstippen geven.
- Hem overvloedig belonen.
- Steeds op dezelfde plek buiten laten voor zijn behoefte.
- ‘s Nachts geen water geven.
- De op de straat gemaakte uitwerpselen oprapen.

Niet te doen :

- Een grote oppervlakte voor de behoeften voorzien.
- De pup op het balkon of in de tuin laten gaan voor zijn behoefte.
- Hem later straffen of zijn neus erin wrijven als er zich een klein “ongelukje” gebeurd is voordoet.
- Voor hem de zaken opruimen.

Eenzaamheid

Te doen :

- Hem zo spoedig mogelijk wennen aan korte afwezigheden.
- De buren verwittigen voor mogelijk gehuil.
- De pup enkele ogenblikken « negeren» bij vertrek en bij terugkomst.
- Neem de hond mee naar buiten om zijn behoefte te laten doen een tijdje alvorens hem alleen te laten.
- Weggaan terwijl hij je ziet.

Niet te doen :

- Verlof nemen om zich met hem bezig te houden.
- Vertrektekens geven.
- De pup voor je vertrek aaien.
- Hem in een lokaal opsluiten.
- Achter zijn rug, onopgemerkt het huis verlaten.

Maaltijden

Te doen :

- Hem zijn eigen eetschotel geven.
- De hond na zijn meesters laten eten.
- Zijn eetschotelt na 1 kwartier wegnemen.
- Zijn menu niet veranderen.
- Zijn portie berekenen volgens zijn gewicht.

Niet te doen :

- Hem je bord of schotel laten 'schoon' likken.
- Kleine hapjes geven terwijl je zelf aan het eten bent.
- Hem laten eten wanneer hij zin heeft.
- Zwichten voor zijn nukken en grillen.
- Naar hem kijken terwijl hij aan het eten is.
- Dulden dat hij je belet zijn etensbak aan te raken buiten de maaltijd.

Lopen aan de leiband

Te doen :

- Hem reeds thuis wennen aan de halssnoer en aan de leiband.
- Met hem in rustige straten gaan wandelen.
- De hond steeds langs dezelfde kant laten lopen (links).
- De leiband soepel houden om te kunnen trekken als hij niet luistert.

Niet te doen :

- Hem pijn doen wanneer je aan de leiband trekt.
- Hem bang maken van auto's.
- Hem tussen je benen laten lopen.
- De leiband steeds kort houden en er voortdurend aan trekken.

Volg ons